Controle en nazorg
Na de behandeling van baarmoederhalskanker vinden er controles plaats door de behandelend artsen. Dit zijn afhankelijk van de gekozen behandeling de gynaecoloog-oncoloog of de bestralingsartsen in combinatie met de internist-oncoloog. Deze controles zijn gericht op het behandelen of verminderen van lange termijn bijwerkingen na de behandeling en op het herkennen (en behandelen) van terugkerende ziekte.
Daarnaast vindt er nazorg plaats (bij voorkeur door de verpleegkundig specialist/case manager), waarbij er aandacht is voor het welbevinden van de (vaak jonge) patiënt en haar omgeving. De diagnose en behandeling kunnen vergaande invloed hebben op relationeel, seksueel, emotioneel en maatschappelijk vlak. Door middel van één of meerdere gesprekken wordt de nazorg afgestemd op uw individuele behoeften.
Welke specialisten zijn betrokken bij de nazorg?
Afhankelijk van het type behandeling zijn bij de controles en nazorg betrokken:
- Verpleegkundig specialist en/of casemanager
- Gynaecoloog (oncoloog)
- Internist-oncoloog
- Bestralingsarts
Afhankelijk van eventuele lange termijn bijwerkingen van de diagnose en behandeling kunnen tevens de volgende specialisten worden betrokken:
- Oncologische revalidatie
- Fysiotherapeuten
- Lymfoedeemtherapeuten
- Seksuologen
- Lotgenoten/patiëntverenigingen
Waar vindt de controle plaats?
De oncologische controles en nazorg vinden bij voorkeur plaats in het behandelend ziekenhuis (Maastricht UMC+) waarbij er in samenwerking met een verpleegkundig specialist ook aandacht is voor de lange termijn bijwerkingen van de diagnose en behandelingen. In specifieke gevallen, zoals een heel vroeg stadium ziekte, kan in overleg met de patiënt gekozen worden voor follow-up door een gynaecoloog dichter bij huis.