Controle en nazorg
Zowel tijdens als aan het einde van een behandeling wordt de mate van respons met de patiënt gedeeld en worden eventuele bijwerkingen besproken en waar mogelijk verlicht. Tijdens en na behandeling, maar ook in de wait & see fase, kan er behoefte zijn aan steun in de verwerking en/of het onderhouden of opbouwen van conditie, waarvoor patiënt respectievelijk naar een van onze medisch psychologen of naar de oncologische revalidatie kan worden verwezen.
De medische controles hangen vooral af van de behoefte aan controle bij patiënt. Het is namelijk goed te beseffen dat als een vervolgbehandeling nodig is deze alleen start bij symptomen waarvan patiënt hinder ondervindt. Dat moment kan jaren tot vele jaren op zich laten wachten of komt nooit meer. Omdat een behandelindicatie betekent dat een patiënt hinder moet ervaren en omdat het pas starten van behandeling bij klachten nooit te laat is om de ziekte weer in remissie te brengen, zijn medische routine controles vanwege dit aspect in essentie niet zinvol. Patiënten worden op de hoogte gebracht van de mogelijke symptomen die op een behandelindicatie kunnen wijzen, zoals moeheid en kortademigheid door anemie en opgezette lymfeklieren of milt, en dat ze dan binnen 1-2 weken weer op de poli gezien kunnen worden als ze zich bij de poli melden. Ook worden patiënten geïnformeerd over de mogelijkheid van ernstiger infecties van de luchtwegen door een mogelijk tekort aan afweerstoffen (hypogammaglobulinemie), in welk geval ze zich ook bij de poli mogen melden voor een consult. Op deze manier kan onnodige onrust die voorafgaande aan een routine controle ontstaat worden voorkomen. Anderzijds zijn er ook patiënten die een regelmatige controle wel wenselijk vinden, en dan wordt daar natuurlijk met een samen af te spreken frequentie in voorzien.
Welke specialisten zijn betrokken bij de nazorg?
De controlegesprekken vinden plaats bij de arts en/of verpleegkundig specialist.
Waar vindt de controle plaats?
Altijd in het MUMC+ of telefonisch.