Diagnosefase
De diagnose van een thymustumor wordt gesteld na een operatie of een biopt. Het verwijderde weefsel wordt dan onder de microscoop onderzocht. Zo kan precies worden vastgesteld om welk soort weefsel en welke tumor het gaat. Voordat er weefsel wordt afgenomen of verwijderd, krijgt u eerst verschillende onderzoeken.
Een CT-scan, longfunctietest (blaastest) en bloedprikken zijn standaard onderzoeken. Soms zijn er nog extra onderzoeken nodig, bijvoorbeeld een MRI-scan of PET-scan. Een operatie heeft vaak de voorkeur omdat de tumor dan ook meteen verwijderd wordt, en er meer weefsel voor de diagnose is afgenomen in vergelijking met een biopt. De arts bespreekt met u welke onderzoeken nodig zijn voordat er een operatie of biopt wordt gepland. Ook legt de arts uit of een operatie of biopt nodig is.