Diagnosefase
Als u wordt doorverwezen omdat het vermoeden bestaat dat er bij u sprake zou kunnen zijn van schildklierkanker, dan bepaalt de specialist in overleg met u welke onderzoeken noodzakelijk zijn om dit aan te tonen of uit te sluiten. Mensen met schildklierkanker hebben vaak geen klachten. Soms zit er een bij toeval gevonden knobbel of verharding in de schildklier. Aan de buitenkant kan de arts niet zien of zo’n knobbel kanker is of niet. Omdat zo’n knobbel in de meeste gevallen goedaardig is (geen kanker), is het niet wenselijk om bij iedereen meteen deze knobbel weg te halen (er zouden dan veel mensen ‘voor niets geopereerd worden’).
De kans op kanker proberen we samen met uw verwijzer daarom zo goed mogelijk van tevoren in te schatten door gebruik te maken van:
- bloedonderzoek;
- echografie (onderzoek met geluidsgolven) met vaak ook een punctie (prik) in de knobbel om de cellen hieruit in het lab te kunnen bekijken;
- in sommige gevallen wordt deze echo met een prik herhaald om meer zekerheid te hebben of een operatie echt nodig is;
- soms wordt er ook nog een scan gemaakt (PET CT) om het risico beter in te kunnen schatten.
Elke 2 weken worden alle patiënten met mogelijk schildklierkanker besproken in een overleg van o.a. endocrinologen (dokters van o.a. de schildklier), chirurgen, radiologen, en pathologen. Dit is het multidisciplinair overleg (MDO).
Als het risico op kanker niet te verwaarlozen is, zal de knobbel met een operatie verwijderd worden. Alleen op die manier is er definitief vast te stellen of het schildklierkanker is of niet. Na een operatie worden alle patiënten opnieuw in het MDO besproken en wordt er gezamenlijk een vervolgplan gemaakt.
Lees meer hier: Diagnostiek | Comprehensive Cancer Center