Borstkanker

Behandelingen

De behandeling van borstkanker is afhankelijk van verschillende factoren. In de eerste plaats bepaalt het stadium van de kanker de behandeling. Daarmee bedoelen we de mate waarin de tumor zich heeft uitgebreid in uw lichaam. Het stadium wordt bepaald door: de grootte van de tumor; de doorgroei naar omringend weefsel en de aanwezigheid van mogelijke uitzaaiingen.

Daarnaast bepalen ook persoonlijke factoren, zoals algemene conditie en  leeftijd  mede de behandelingsmogelijkheden

  • Operatie bij borstkanker

    Operatie bij borstkanker

    Indien er geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen op afstand, dan is het doel van de behandeling om iemand te genezen of anders gezegd: de behandeling wordt met ‘curatieve opzet’ gegeven. Met curatief bedoelen we dus een behandeling waarbij volledige en blijvende genezing wordt nagestreefd.
    Bij borstkanker zijn de kansen op genezing de afgelopen decennia flink toegenomen. Gemiddeld genomen zullen 70-80% van alle patiënten met borstkanker genezen. Wel moeten daarvoor soms meerdere soorten behandelingen worden ondergaan.

    Een borstsparende operatie
    Bij een borstsparende operatie haalt de chirurg de tumor ruim weg met een rand van gezond weefsel daar omheen. De borst blijft behouden maar kan wel van vorm veranderen of kleiner worden. Bij een borstsparende operatie bestaat het risico dat de tumorcellen langs de randen van de snijvlakken van de operatie niet helemaal verwijderd zijn. Dit betekent dat de chirurg met u bespreekt welke vervolg behandelingen nodig zijn. Na een borstsparende operatie volgt meestal bestraling van de borst. Dit is om eventuele achtergebleven tumorcellen te vernietigen. Het bestralen maakt de borstsparende behandeling even veilig als een borstamputatie.

    Een borstverwijdering
    Als een borstsparende operatie niet mogelijk is of niet de voorkeur heeft dan vindt er een borstamputatie plaats waarbij al het borstklierweefsel inclusief de tepel wordt verwijderd. De chirurg bespreekt vooraf met u waarom deze operatie nodig is. Ook na een amputatie van de borst kan het zijn dat er aanvullende bestraling volgt.. De chirurg zal u hierover in overleg met de radiotherapeut informeren.

     

  • Schildwachtklier in de oksel

    Uitzaaiingen komen vrijwel altijd eerst in één lymfeklier terecht waar de lymfestroom van de tumor het eerste doorstroomt.

    Dit is de schildwacht- of poortwachtersklier.

    Als in deze klier geen uitzaaiingen worden aangetroffen, dan is de kans heel klein dat er uitzaaiingen in de andere klieren aanwezig zijn. De verwijderde klier wordt door de patholoog onderzocht. Het duurt ongeveer een week voordat u hier de uitslag van krijgt.

    Indien deze klier uitzaaiingen bevat dan wordt een behandeladvies gegeven ten aanzien van de klieren. Om de schildwachtklier op te sporen wordt de dag voor of in de ochtend van de operatie door de nucleair geneeskundige met behulp van een naaldje bij de tumor een kleine hoeveelheid radioactief materiaal ingespoten. Na het inspuiten wordt een foto gemaakt, om te zien waar de schildwachtklier zich bevindt. Dit alles gebeurd op de afdeling Nuclaire geneeskunde.

    Tijdens de operatie besluit de chirurg of er naast de radioactieve vloeistof ook een blauwe kleurstof ingespoten wordt om de schildwachtklier op te sporen. Met behulp van deze kleurstof en een gamma-probe (een toestel dat radioactiviteit meet) wordt de klier tijdens de operatie opgespoord zodat de chirurg weet welke klier verwijderd moet worden. Na de operatie heeft u meestal een klein litteken in de oksel. De patholoog kijkt de schildwachtklier na en na ongeveer 1 week krijgt u daar de uitslag van.

  • Radiotherapie borstkanker

    Bestraling is een behandeling waarbij het achtergebleven weefsel wordt bestraald met radioactieve stralen. Cellen raken hierdoor beschadigd en gaan dood.

    Door de bestraling worden eventueel achtergebleven tumorcelleni afgeremd en vernietigd.. Radiotherapie bij borstkanker vindt uitwendig plaats. Er wordt van verschillende kanten bestraald, om op deze manier het te bestralen gebied zo goed mogelijk te bestralen, maar tegelijkertijd het gezonde omliggende weefsel zo veel mogelijk te ontzien.

    Radiotherapie is een plaatselijke behandeling en heeft daarom alleen effect in het gebied dat door de stralenbundels wordt getroffen. Ondanks dit plaatselijke effect kan bestraling op korte termijn zwelling en roodheid van de huid veroorzaken en leiden tot vermoeidheid. Radiotherapie vindt plaats in MAASTRO clinic.

  • Chemotherapie

    Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die we cytostatica noemen.

    Chemotherapie werkt doordat het een remmend effect heeft op de deling van cellen. Alle cellen in het lichaam delen zich om zich te kunnen vernieuwen. Kankercellen kennen een ongeremde groei. Zij delen zich sneller dan andere lichaamscellen en zijn daardoor ook gevoeliger voor de remmende werking van chemotherapie. Door de remming van celdeling kunnen tumoren niet meer groeien. Hierdoor gaan de cellen in de tumor dood en worden dan door het lichaam vernietigd. Doordat chemotherapie ook effect heeft op niet kwaadaardige cellen, kunnen bijwerkingen ontstaan van chemotherapie.

    Behandeling met chemotherapie vindt meestal plaats op het dagcentrum interne geneeskunde of op de verpleegafdeling.

  • Hormoontherapie

    Hormoontherapie

    Hormonen zijn stoffen die ons lichaam zelf maakt. Een aantal klieren, organen en weefsels zoals de eierstokken maken hormonen. Al die hormonen vervullen een eigen taak. Een belangrijke groep hormonen die ons lichaam aanmaakt, zijn de geslachtshormonen. Bij borstkanker kunnen er op de kankercellen ”antennes” (receptoren/bindingsplaatsen) aanwezig zijn die gevoelig zijn voor geslachtshormonen. Als dat zo is, wordt de tumor 'hormoonreceptor positief' genoemd. Als deze antennes in aanraking komen met geslachtshormonen geven ze een signaal af aan de kern van de kankercel om te gaan groeien.  Geslachtshormonen (ook die het lichaam zelf aanmaakt) hebben op deze wijze dus een onbedoeld schadelijk effect, namelijk het stimuleren van groei van hormoontreceptorpositieve kankercellen. Deze groeistimulatie van de geslachtshormonen kan op verschillende wijzen worden bestreden.

  • Immunotherapie bij borstkanker

    Immunotherapie

    Immunotherapie of antilichaamtherapie maakt gebruik van het eigen afweersysteem (immuunsysteem) om de kankercellen te bestrijden. Bij 20% van alle borstkanker patiënten is sprake van een verhoogde aanwezigheid van HER-2 receptoren ( Humane Epidermale groeifactor type 2) op de borstkankercel. We noemen dit ook wel HER-2 positief. Deze tumoren neigen ertoe snel te groeien. In het laboratorium zijn antilichamen geproduceerd die gericht zijn tegen de HER-2 receptoren. Hierdoor kan de tumorcel zich niet meer delen en wordt de groei van de tumor geremd.