Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Herziening landelijke richtlijn gliomen

Sinds oktober 2017 ben ik voorzitter van de landelijke richtlijn gliomen. In 2017 is besloten tot een noodzakelijke revisie van twee onderdelen van deze richtlijn. In januari 2020 is de revisie gepubliceerd op de richtlijnen database. De twee onderwerpen die tijdens deze update centraal stonden waren:

  1. De Wereldgezondheidsorganisatie(WHO)-classificatie van gliomen uit 2016
  2. De resultaten van de wetenschappelijke studie RTOG 9802 – gepubliceerd in de New England Journal of Medicine (2016).
  1. Aanbevelingen met betrekking tot de classificatie van gliomen

In 2016 publiceerde de WHO een nieuwe classificatie van gliomen. Daarna heeft het Consortium to Inform Molecular and Practical Approaches to CNS Tumor Taxonomy (cIMPACT-NOW) al vier updates over deze classificatie gepubliceerd. Beide bronnen heeft de werkgroep gebruikt om de uitgangsvraag op dit onderdeel te beantwoorden: op welke wijze dient typering/gradering van diffuse gliomen plaats te vinden? De aanbevelingen zijn voornamelijk gebaseerd op de kennis van experts. De vorige richtlijnversie was terughoudend met aanbevelingen op dit onderdeel en dat is nu anders. In de oude richtlijnversie stond dat IDH-immunohistochemie [isocitraat dehydrogenase, red.] (bepaling van de IDH-mutatiestatus) wordt aanbevolen. Wat wij nu stellen is dat de gradering van gliomen dient te worden gedaan conform de meest recente WHO-classificatie, in combinatie met de cIMPACT-NOW update. Maar we zeggen niet exact wat je moet bepalen. De werkgroep zegt: bepaal minstens de IDH-mutatiestatus bij alle gliomen. Deze twee formuleringen zijn nieuw ten opzichte van de oudere richtlijnversie.

  1. Aanbevelingen naar aanleiding van de RTOG 9802 studie: aanvullende chemotherapie bij bepaalde patiënten met een laaggradig glioom

In de vorige richtlijnversie stond dat radiotherapie gevolgd door zes kuren PCV (procarbazine, Lomustine (CNU) en vincristine) bij patiënten met bepaalde klinisch prognostische factoren (ook wel risicofactoren) overwogen kon worden. Toen werd al gesteld dat de resultaten van de RTOG 9802-studie afgewacht moesten worden. Deze studie vergeleek radiotherapie met radiotherapie plus PCV-chemotherapie bij laaggradig glioom. De nieuwe richtlijnversie is duidelijker: geef radiotherapie gevolgd door 6 kuren PCV bij patiënten met risicofactoren. Die prognostische factoren – die ook al in de oudere versie staan – hebben we beter gedefinieerd en waar nodig aangepast. We adviseren nu: geef radiotherapie plus chemotherapie bij minstens twee negatieve prognostische factoren – waarbij een grote resttumor en/of farmaco-resistente epilepsie postoperatief ook als negatieve prognostische factoren geldt – en bij patiënten bij wie om andere redenen de indicatie voor nabehandelen gesteld is. Bovendien is gezamenlijke besluitvorming (samen beslissen) bij deze uitgangsvraag expliciet in een van de aanbevelingen meegenomen.

De werkgroep voor deze richtlijn bestaat uit een multidisciplinair team met expertise op het gebied van de neuro-oncologie: neurologen, een radioloog, een radiotherapeut, een patholoog, een medisch oncoloog, een neurochirurg, een verpleegkundige specialist en een patiënt.

Op dit moment zijn wij gestart met een revisie van twee nieuwe onderwerpen:

  • Behandeling van een de oudere patiënt met een glioblastoom
  • Beeldvorming

Wij verwachten dat deze in 2024 gepubliceerd zullen worden op de richtlijnen database.

Dr. Anten
Dr. M. Anten
Sluit de enquête