Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Baarmoederhalskanker

Behandeling

Welke behandeling voor u het beste is, is afhankelijk van het soorttumor, de mate van kwaadaardigheid van deze tumor en van het stadium van baarmoederhalskanker. De gynaecoloog bespreekt met u welke behandeling in uw situatie de beste is. U bent zelf degene die beslist of u de voorgestelde behandeling wilt ondergaan.

  • Operatie baarmoederhalskanker

    In een voorstadium of een vroeg stadium van baarmoederhalskanker kan er eventueel alleen een klein gedeelte van het weefsel in de baarmoederhals worden verwijderd. Hierbij worden kleine plakjes van de baarmoedermond weggehaald door te branden (een lisexcisie) of wordt een kegeltje uit de baarmoedermond gesneden (conisatie). Bij een verder gevorderd stadium van baarmoederhalskanker wordt de baarmoeder samen met eierstokken en eileiders en omliggend weefsel verwijderd.

  • Bestraling (radiotherapie)

    Bestraling is een behandeling waarbij de tumor wordt bestraald met radioactieve stralen. Cellen raken hierdoor beschadigd en gaan dood.

    Bestraling kan als genezing van de ziekte, als aanvullende behandeling na een operatie en als palliatieve behandeling ter vermindering van klachten worden gegeven. Radiotherapie is een plaatselijke behandeling. De mogelijke bijwerkingen komen daarom ook meestal voor in het gebied dat door de stralenbundels wordt getroffen. Ondanks dit plaatselijke effect kan bestraling ook wel leiden tot algemene verschijnselen zoals vermoeidheid. Radiotherapie vindt plaats in de MAASTRO clinic.

     

  • Chemotherapie

    Chemotherapie is een vorm van systeemtherapie. Dat wil zeggen dat het een behandeling is die in het hele lichaam zijn werk doet. Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (in infuus of tabletvorm) die we cytostatica noemen. Chemotherapie werkt doordat het een remmend effect heeft op de deling van cellen.

    Alle cellen in het lichaam delen zich om zich te kunnen vernieuwen. Kankercellen kennen een ongeremde groei. Zij delen zich sneller dan andere lichaamscellen en zijn daardoor ook gevoeliger voor de remmende werking van chemotherapie. Door de remming van celdeling kunnen tumoren niet meer groeien. Hierdoor gaan de cellen in de tumor dood en worden dan door het lichaam vernietigd. Doordat chemotherapie ook effect heeft op gezonde cellen, kunnen bijwerkingen ontstaan van chemotherapie.

    Bijwerkingen die kunnen voorkomen bij chemotherapie zijn onder andere haaruitval, vermoeidheid, bloedarmoede en maag-darmklachten. Ook op lange termijn kan er schade ontstaan ten gevolge van chemotherapie. Voorbeelden hiervan zijn onvruchtbaarheid, neuropathie (schade aan zenuwen met als gevolg tintelingen of een doof gevoel in de ledematen), vermoeidheid en concentratiestoornissen. Welke soort chemotherapie zal worden ingezet is onder andere afhankelijk van het type kanker en de leeftijd en conditie van de persoon bij wie de diagnose gesteld is. Welke behandelopties in uw situatie  te overwegen zijn, zal door uw arts met u worden besproken.

    Behandeling met chemotherapie vindt meestal plaats op het Dagcentrum Interne Ziekten of op de verpleegafdeling.

    Lees meer

  • Hyperthermie

    Hyperthermie betekent letterlijk 'verhoogde temperatuur'. Bij deze behandeling worden de kankercellen verwarmd tot een temperatuur van 40-45 graden om ze te vernietigen of ze gevoeliger te maken voor een andere behandeling. Deze behandeling vindt alleen plaats in gespecialiseerde ziekenhuizen.

    Documenten
  • Behandeling van CIN2 en CIN3

    Afwijkend weefsel van de baarmoederhals - behandeling van CIN 2 en CIN 3

    Recent is uw baarmoederhals onderzocht door middel van een colposcopie. Hierbij is wat weefsel (een biopt) afgenomen. De patholoog onderzoekt dit op afwijkend weefsel. Heel soms is er sprake van baarmoederhalskanker, maar meestal wordt er een voorloper van baarmoederhalskanker gevonden. Dat noemen we CIN. CIN is dus géén baarmoederhalskanker. Hieronder vindt u meer informatie.

Sluit de enquête