Hodgkin-lymfoom

Behandelingen

De behandeling hangt af van het stadium waarin de ziekte zich bevindt en van de lichamelijk conditie, leeftijd en medische voorgeschiedenis. Onderstaande onderzoeken geven slechts een globaal beeld van de mogelijkheden.

  • Chemotherapie

    Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die we cytostatica noemen.

    Chemotherapie werkt doordat het een remmend effect heeft op de deling van cellen. Alle cellen in het lichaam delen zich om zich te kunnen vernieuwen. Kankercellen kennen een ongeremde groei. Zij delen zich sneller dan andere lichaamscellen en zijn daardoor ook gevoeliger voor de remmende werking van chemotherapie. Door de remming van celdeling kunnen tumoren niet meer groeien. Hierdoor gaan de cellen in de tumor dood en worden dan door het lichaam vernietigd. Doordat chemotherapie ook effect heeft op niet kwaadaardige cellen, kunnen bijwerkingen ontstaan van chemotherapie.

    Behandeling met chemotherapie vindt meestal plaats op het dagcentrum interne geneeskunde of op de verpleegafdeling.

  • Radiotherapie bij kwaadaardige bloedziekten

    Bestraling is een behandeling waarbij de tumor wordt bestraald met radioactieve stralen. Cellen raken hierdoor beschadigd en gaan dood.

    Door de bestraling wordt tumorgroei afgeremd en mogelijk wordt de tumor ook door de bestraling verkleind. Radiotherapie kan uitwendig plaatsvinden. Er wordt van verschillende kanten bestraald, om op deze manier het te bestralen gebied zo goed mogelijk te bestralen, maar tegelijkertijd het gezonde omliggende weefsel zo veel mogelijk te ontzien.

    Radiotherapie is een plaatselijke behandeling en heeft daarom alleen effect in het gebied dat door de stralenbundels wordt getroffen. Ondanks dit plaatselijke effect kan bestraling op termijn wel leiden tot algemene verschijnselen zoals moeheid. Radiotherapie vindt plaats in MAASTRO clinic.

  • Stamceltransplantatie

    Beenmerg is het zachte spons-achtige materiaal binnenin de botten.  Stamcellen, zijn primitieve, onrijpe bloedcellen die leven in het beenmerg. Stamcellen zijn in staat in een ander celtype te veranderen. Het zijn als het ware de moedercellen van alle cellen in het bloed en zorgen voor de aanmaak van rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes. Na een proces van rijping worden deze bloedcellen aan het bloed afgegeven. De rode bloedcellen zorgen voor zuurstoftransport in het lichaam, de bloedplaatjes helpen het bloed te stollen, de witte bloedcellen beschermen tegen infecties. Al deze cellen zijn nodig voor het lichaam om te kunnen overleven.

    Bij een stamceltransplantatie worden stamcellen na een speciale voorbehandeling verzameld en bewerkt om daarna via het infuus aan de patient te geven. Soms zijn die stamcellen van de patient zelf (autoloog), soms van een donor (allogeen).