Botuitzaaiingen bij patiënten met niet-kleincellige longkanker – implicaties voor optimalisatie van de behandeling
Understanding the impact of bone metastases in non-small cell lung cancer – implications for treatment optimization - proefschrift longarts Anita Brouns
Promotiecommissie:
Promotor: Prof. dr. Anne-Marie C. Dingemans, Erasmus MC
Copromotoren: Dr. Lizza E.L. Hendriks Maastricht UMC+, Dr. Gerben P. Bootsma, Zuyderland
Ik heb onderzoek gedaan naar botuitzaaiingen bij mensen met NSCLC (Non Small Cell Lung Carcinoma) ofwel niet-kleincellige longkanker. We weten dat 30-60% van deze patiënten bij de diagnose of tijdens de ziekte botuitzaaiingen krijgt. Mensen met NSCLC én een specifieke mutatie in het Epidermal Growth Receptor gen (EGFR+), hebben mogelijk een hoger risico op deze uitzaaiingen. De botuitzaaiingen veroorzaken vaak pijn en complicaties. Er zijn dan behandelingen, zoals een operatie of bestraling van een pijnlijke botuitzaaiing, nodig om de pijn te verlichten. Dit alles kan de levenskwaliteit verminderen en de overlevingskansen verslechteren.
In mijn proefschrift heb ik onderzocht of we de behandeling van mensen met NSCLC en botuitzaaiingen kunnen verbeteren. Ook heb ik onderzocht waarom NSCLC patiënten met een EGFR+ mutatie vaker botuitzaaiingen lijken te krijgen. De belangrijkste uitkomsten van mijn onderzoek zijn:
- Er is geen medicijn dat het beste werkt om snel pijn door botuitzaaiingen bij NSCLC te verminderen.
- Mensen met een EGFR mutatie hebben meer van het EGFR eiwit, maar dit is niet direct geassocieerd met botuitzaaiingen.
- De hoeveelheid extracellulaire vesicles (kleine blaasjes die worden uitgescheiden door de cellen) is vergelijkbaar bij uitgezaaide NSCLC met een EGFR mutatie, ongeacht of patiënten botuitzaaiingen hebben. Wellicht hebben deze extracellulaire vesicles in de toekomst een rol als biomarker bij het beoordelen van respons op longkanker behandeling.
- Ondanks dat botuitzaaiingen en de complicaties ervan veel voorkomen bij mensen met EGFR+ NSCLC, is hier weinig aandacht voor in de literatuur.
In de toekomt willen we graag meer onderzoek doen naar de rol van de inhoud van extracellulaire vesicles bij botuitzaaiingen.