Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Operatie alvleesklier

Bij de operatie worden de tumor en het omringende weefsel zoveel mogelijk verwijderd.

Beperkt de tumor zich tot de alvleesklier, dan bestaat de behandeling uit combinatie van een operatie en chemotherapie. De chemotherapie (6 maanden) kan vóór of na de operatie plaatsvinden. Het doel van de behandeling is om de kans op genezing zo groot mogelijk te maken.

De operatie is bij alvleesklierkanker altijd uitgebreid. Dat wil zeggen dat de chirurg zowel het deel van de alvleesklier waar de tumor in zit verwijdert als ook de twaalfvingerige darm, de galblaas, een deel van de galwegen en de lymfeklieren rondom de alvleesklier. Vier tot zes weken na de operatie start vaak een aanvullende behandeling met chemotherapie. Helaas blijkt bij 30-40% van de patiënten tijdens de operatie dat het niet mogelijk is de tumor te verwijderen of dat er toch kleine uitzaaiingen aanwezig zijn die bij de diagnostiek niet zichtbaar waren. In die gevallen beslist de arts alsnog dat alleen een palliatieve behandeling mogelijk is.

Als er slechts weinig tumorweefsel in de bloedvaten aanwezig is, kan een combinatie van chemotherapie en bestraling (5,5 week) een mogelijkheid zijn. De arts kijkt 6-8 weken na deze behandeling  opnieuw met beeldvorming naar de omvang van de tumor en de aanwezigheid ervan in de bloedvaten. Soms is dan toch nog een operatie mogelijk. Ook dan is het doel de kans op genezing zo groot mogelijk te maken.