| 09.30 | Registratie en welkom met koffie | |||
| 10.30 | Introductie: Madelon Peters & Anne Lukas | |||
| 10.40 | Kwaliteit van leven als kompas voor ondersteunende zorg bij borstkanker Lonneke van de Poll, epidemioloog Divisie Psychosociaal Onderzoek en Epidemiologie, Nederlands Kanker Instituut In het NKI-AVL verzamelen we routinematig patiëntgerapporteerde uitkomsten (PROMs) als onderdeel van de zorg, met een respons van gemiddeld circa 75% bij borstkanker. Uit de gegevens van duizenden borstkankerpatiënten identificeerden we drie subgroepen in kwaliteit van leven (QoL) bij start van de behandeling: excellente QoL (53%), goede QoL met psychosociale zorgen (33%) en lage QoL met ernstige functionele beperkingen (13%). Het hebben van bijkomende ziekten en een voorgeschiedenis van depressie hingen sterk samen met minder gunstige profielen, die bovendien grotendeels stabiel bleven. Door PROMs te gebruiken om subgroepen en sleutelproblemen (zoals bijvoorbeeld psychosociaal functioneren) te identificeren, kunnen we ondersteunende zorg gerichter organiseren. | |||
| 11.00 | Personality traits and quality of life of women with non-metastatic breast cancer Veerle Wintraecken, gezondheidswetenschapper Zuyderland De BOOG 2013-08 studie onderzoekt de oncologische veiligheid en de impact op kwaliteit van leven van het weglaten van de schildwachtklierprocedure bij cT1–2 N0 borstkankerpatiënten. Het doel was het vergelijken van patiëntgerapporteerde armfunctie en kwaliteit van leven tot 5 jaar na inclusie bij patiënten behandeld met borstsparende therapie, met of zonder schildwachtklierprocedure. Daarnaast werd onderzocht wat de rol is van persoonlijkheid, in het bijzonder dispositionele angst en neuroticisme, op de patiëntgerapporteerde uitkomsten. | |||
| 11.20 | The impact of innervated vs non-innervated autologous breast reconstruction on quality of life of breast cancer survivors Stefania Tuinder, plastisch chirurg Department of Plastic Surgery, Maastricht University Medical Center Loss of breast sensation after mastectomy can negatively affect quality of life. While autologous breast reconstruction restores breast volume and shape, the added value of flap neurotization remains under debate. This study evaluates the impact of innervated versus non-innervated autologous breast reconstruction on patient-reported quality of life in breast cancer survivors. In this cohort study, breast cancer survivors who underwent autologous breast reconstruction with or without flap innervation were assessed using validated patient-reported outcome measures and sensory testing. Quality of life domains included physical well-being, psychosocial well-being, and satisfaction with breasts. Patients undergoing innervated reconstruction demonstrated superior recovery of protective sensation and reported higher scores in physical well-being of the chest and overall satisfaction compared with non-innervated reconstruction. These findings support consideration of flap neurotization as part of reconstructive strategy to further optimize long-term patient-centered outcomes | |||
| 11.40 | Gepersonaliseerde zorg in de medische oncologie Maaike de Boer, medisch oncoloog Department of Oncology, Maastricht University Medical Center De afgelopen decennia is de prognose van mammacarcinoom sterk verbeterd door betere chirurgische, radiotherapeutische en systemische therapie mogelijkheden. Behandeling kan echter leiden tot lange termijn effecten die negatieve invloed kunnen hebben op de kwaliteit van leven. Tijdens de presentatie wordt stilgestaan bij de huidige ontwikkelingen in de medische oncologie waarbij onder andere meer gepersonaliseerde zorg met de-escalatie en escalatie van systemische behandeling, met het oog op zo min mogelijk (lange) termijn toxiciteit en een zo effectief mogelijke behandeling. | |||
| 12.00 | Lunchpauze | |||
| 13.00 | Groepsprogramma Leer Leven en Zo na Borstkanker: En nu begint het gewone leven weer …. of toch niet? Martha Rijkmans, coach en trainer Alexander Monro Ziekenhuis Als de behandelingsfase is afgerond, is het medisch gezien klaar. De fase daarna ervaren veel vrouwen als een ‘zwart gat’. De steun van het ziekenhuis valt weg en opeens moeten zij het alleen doen. Het nazorgprogramma Leer Leven & Zo na Borstkanker probeert dit gat te overbruggen. Het programma bestaat uit zes online modules en drie live groepsbijeenkomsten waarin de deelnemers concrete handvaten krijgen om de overgang van de behandelingsfase naar het dagelijkse leven te vergemakkelijken en vinden zij (h)erkenning bij elkaar. | |||
| 13.20 | Revalidatienetwerkzorg na borstkankerbehandeling Jeannine Verbunt, revalidatie arts Department of Rehabilitation Medicine, Maastricht University Medical Center Borstkanker en noodzakelijke behandelingen kunnen een grote impact hebben op het fysiek, psychisch en sociaal functioneren. Daarom is naast oncologische medische zorg ook goede begeleiding essentieel om het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven tijdens en na de behandeling te behouden. Revalidatie kan hierbij een belangrijke rol spelen, zowel bij het omgaan met directe als late gevolgen, zoals chronische pijn en functionele beperkingen. Ondersteuning op maat is daarbij cruciaal. Revalidatienetwerkzorg biedt mogelijk een efficiënte aanpak, met specialistische revalidatie (door revalidatiearts of sportarts) waar nodig en begeleiding in de eerste lijn of het sociale domein waar mogelijk. In deze presentatie bespreken we de meerwaarde en mogelijkheden van revalidatie na borstkanker. | |||
| 13.40 | AMAZONE: Van Predictie naar Preventie Anne Lukas, anesthesioloog-pijnspecialist, kaderarts palliatieve zorg Maurice Theunissen, epidemioloog Madelon Peters, psycholoog Department of Anesthesiology & department of Clinical Psychological Science Persisterende Pijn na Borstkankerbehandeling (PPBCT) is een van de meest voorkomende symptomen met grote impact op kwaliteit van leven en herstel. Psychosociale stress en verhoogde sensibiliteit van het zenuwstelsel behoren tot de modificeerbare risicofactoren voor PPBCT. De AMAZONE studie onderzoekt of perioperatieve cognitieve gedragstherapie (CGT) de incidentie van PPBCT kan verminderen en kijkt tevens naar de invloed hiervan op de sensibiliteit van het zenuwstelsel. In een Nederlandse multicenter RCT, werd online CGT perioperatief aangeboden aan borstkankerpatiënten met psychosociale stress en vergeleken met een online educatie-interventie. Tijdens het symposium presenteren wij de resultaten van dit onderzoek. Eerst gaan we in op de voorspellers van PPBCT. Vervolgens bespreken we de haalbaarheid en acceptatie van de AMAZONE interventie, en het effect op acute en chronische pijn. Tot slot bespreken we verandering van pijngevoeligheid en endogene modulatie van pijnprikkels rondom een borstoperatie. | |||
| 14.20 | Borstkankerchirurgie en pijn: multifactoriële risicoprofilering en de kracht van een bundelbenadering binnen een Transitionele Pijnservice Rianne van Boekel, verpleegkunde onderzoeker, epidemioloog Department of Anesthesiology, Pain and Palliative Medicine, RadboudUMC Chronische postoperatieve pijn (CPOP) na borstkankerchirurgie vormt een substantieel en onderbelicht probleem met aanzienlijke impact op kwaliteit van leven, functioneel herstel en maatschappelijke participatie. De etiologie van chronische pijn na mamma-chirurgie blijkt multifactoriëel: biologische, psychologische, sociale- en zingevingsfactoren interacteren in een dynamisch en wederzijds versterkend proces. In deze presentatie wordt besproken over een geïntegreerde bundelbenadering, met farmacologische optimalisatie, regionale anesthesietechnieken, psychosociale screening, educatie en vroege revalidatie. Daarnaast wordt de rol van een Transitionele Pijnservice (TPS) besproken als organisatorisch en klinisch kader om deze multicomponente strategie systematisch te implementeren. Een TPS faciliteert vroegtijdige risicoscreening, continue monitoring en gepersonaliseerde interventies in de overgangsfase van preoperatief thuis naar ziekenhuis en postoperatief thuis en streeft naar proactieve, geïntegreerde preventie van chronische pijn. | |||
| 14.40 | Van pijn naar participatie: educatie en gedragsmatige interventies bij persisterende pijn na borstkanker Astrid Lahousse, fysiotherapeut Pain in Motion onderzoeksgroep, Afdeling Kinesitherapie, Menselijke Fysiologie en Anatomie, Vrije Universiteit Brussel Chronische pijn is een frequente en klinisch relevante problematiek bij vrouwen na een borstkankerbehandeling en gaat gepaard met beperkingen in functioneren en een verminderde kwaliteit van leven. Tijdens deze lezing presenteert dr. Astrid Lahousse de resultaten van twee gerelateerde klinische RCT’s bij borstkankeroverlevers met pijn. Beide projecten onderzochten het effect van wetenschappelijke pijneducatie in vergelijking met gebruikelijke zorg. De BCS-PAIN-studie combineerde wetenschappelijke pijneducatie met gedragsmatige, gradueel opgebouwde fysieke activiteit. De BCS-PI-studie richtte zich op ervaren onrecht na kanker en maakte gebruik van motiverende gespreksvoering om de focus te verleggen naar waardevolle dagelijkse activiteiten. Beide RCT’s evalueerden het effect van de interventies op pijnintensiteit en kwaliteit van leven. De resultaten van deze grootschalige multicentrische trials bieden nieuwe inzichten in niet-farmacologische revalidatiestrategieën en benadrukken het belang van een bio-psycho-sociale benadering van pijn in de nazorg na borstkanker. | |||
| 15.00 | Pauze | |||
| 15.30 | De toekomst van mammachirurgie: innovaties met impact op kwaliteit van leven Ricardo Orsini, chirurg Department of Surgery, Maastricht University Medical Center De behandeling van borstkanker ontwikkelt zich snel, waarbij naast oncologische uitkomsten steeds meer aandacht is voor kwaliteit van leven. Chirurgische innovaties spelen hierin een belangrijke rol, met een groeiende focus op het optimaliseren van functionele en cosmetische resultaten. In deze presentatie bespreek ik recente ontwikkelingen binnen de mammachirurgie die gericht zijn op het verminderen van morbiditeit en het verbeteren van kwaliteit van leven. Daarbij komen onder meer minimaal invasieve en robot-geassisteerde technieken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan nieuwe mogelijkheden voor verdere personalisatie van de behandeling, zoals het voorspellen van cosmetische uitkomsten met behulp van A.I. en het gebruik van virtual reality om patiënten beter te informeren en betrekken bij behandelkeuzes. | |||
| 16.00 | Plenaire discussie over future directions | |||
| 16.45 | Borrel & napraten |