Voor tumoren die ontstaan in de papil van Vater zijn geen behandelrichtlijnen beschikbaar, omdat de zeldzaamheid van deze tumoren maakt dat er beperkt wetenschappelijk onderzoek kan worden verricht. In 2019 werden in Nederland slechts 191 patiënten met deze tumor gediagnosticeerd. Daarom raadplegen chirurgen en medisch oncologen de richtlijnen voor alvleeskliertumoren en galwegtumoren. Het is echter belangrijk om inzicht te krijgen in hoe patiënten met een papil van Vater tumor worden behandeld en welke behandeling wel en welke niet leidt tot een betere overleving. Met mijn onderzoeksgroep heb ik gekeken hoe in de afgelopen jaren patiënten in Nederland zijn behandeld: bij wie werd de tumor operatief verwijderd, wie ontving er chemotherapie en/of bestraling en welke chemotherapie werd voorgeschreven? Daarnaast hebben we in kaart gebracht wat de overleving van patiënten is met en zonder uitgezaaide ziekte, de invloed van adjuvante therapie op de overleving, en hoe deze cijfers zich verhouden met andere tumoren die dichtbij de papil van Vater ontstaan (alvleesklierkanker, galwegkanker, dunne darmkanker). Al deze informatie helpt artsen de patiënt beter voor te lichten in de spreekkamer.
Het promotieonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van Prof. dr. V.C.G. Tjan-Heijnen, dr. J. de Vos en dr. ir. S.M.E. Geurts (afd. Medische Oncologie)